Circulair ondernemen betekent dat je grondstoffen zo lang mogelijk in de kringloop houdt, en er zijn genoeg bedrijven die al laten zien hoe dat er in de praktijk uitziet. Van een jeans die je leaset tot een matras die volledig uit elkaar gehaald en opnieuw samengesteld kan worden: de voorbeelden van circulair ondernemen zijn concreet, gevarieerd en soms verrassend simpel.
Dit artikel laat aan de hand van echte bedrijven zien wat circulair ondernemen in de praktijk betekent, per sector. Zo krijg je een goed beeld van wat er mogelijk is, en wat de aanpak per branche verschilt.
Circulair ondernemen in de mode: MUD Jeans
MUD Jeans is een van de bekendste voorbeelden van circulair ondernemen in de mode-industrie. Het Nederlandse bedrijf verkoopt geen jeans, maar verhuurt ze. Klanten betalen een maandelijks bedrag en sturen de broek aan het einde van de leaseperiode terug. MUD Jeans gebruikt het denim opnieuw als grondstof voor nieuwe broeken. Kleding die normaal als afval eindigt, blijft zo in de kringloop.
Wat dit voorbeeld sterk maakt, is dat het verdienmodel zelf circulair is. MUD Jeans heeft er financieel belang bij dat de broek zo hoogwaardig mogelijk wordt teruggekomen. Dat verandert hoe het bedrijf nadenkt over kwaliteit, ontwerp en klantrelaties.
Circulaire matrassen: Auping
Auping, een Nederlandse matrassenfabrikant, heeft zijn producten zo ontworpen dat ze volledig demonteerbaar zijn. Klanten kunnen een oud matras inleveren, waarna Auping de materialen scheidt en opnieuw inzet. Schuim, staal en stof worden zo niet verbrand of gestort, maar teruggebracht in de productieketen.
Dit voorbeeld laat zien dat circulair ontwerp bij het product zelf begint. Een matras dat niet uit elkaar te halen is, is per definitie moeilijk te recyclen. Auping heeft dat probleem bij de basis aangepakt, nog voordat een matras in productie gaat.
Circulair bouwen: materialen als grondstof
In de bouwsector groeit het aantal bedrijven dat gebouwen ontwerpt als tijdelijke materiaalopslagplaatsen. Dat klinkt abstract, maar het is concreet: bouwmaterialen worden geregistreerd in een zogenoemd materialenpaspoort, zodat bij sloop precies bekend is wat er in een gebouw zit en wat hergebruikt kan worden. Bedrijven als Madaster bieden zo’n digitale registratie aan voor bouwers en eigenaren.
Circulair bouwen betekent ook het hergebruiken van sloopmateriaal. Bakstenen, balken en stalen constructies die anders op de stort belanden, worden opnieuw verwerkt in nieuwe gebouwen. Dat vraagt om een andere manier van aanbesteden en ontwerpen, maar verlaagt de behoefte aan nieuwe grondstoffen aanzienlijk.
Elektronica en de refurbishmarkt
Bedrijven die tweedehands elektronica opknappen en doorverkopen, zijn misschien wel het meest zichtbare voorbeeld van circulair ondernemen voor consumenten. Refurbishers zoals Back Market (een Europees platform) kopen gebruikte smartphones, laptops en tablets op, testen ze, vervangen onderdelen waar nodig en verkopen ze opnieuw. Zo hoeft er geen nieuw apparaat geproduceerd te worden voor elke nieuwe koper.
De productie van elektronica is bijzonder grondstoffenintensief. Denk aan zeldzame metalen als kobalt en lithium. Elk apparaat dat langer meegaat of een tweede leven krijgt, vermindert de vraag naar nieuwe winning van die materialen.
Voedsel en verpakkingen: minder verspilling als verdienmodel
In de voedselbranche zijn twee circulaire aanpakken populair: het verminderen van voedselverspilling en het herdenken van verpakkingen. Bedrijven als Too Good To Go maken een verdienmodel van voedsel dat anders weggegooid zou worden. Restaurants en winkels verkopen restanten via de app voor een laag bedrag, waardoor minder eten op de composthoop belandt.
Voor verpakkingen zijn er bedrijven die werken met hervulbare of volledig composteerbare verpakkingen. Supermarkten die statiegeld toepassen op herbruikbare verpakkingen volgen hetzelfde principe: de verpakking is niet wegwerpbaar, maar onderdeel van een gesloten systeem.
Circulaire kantoorinrichting: Ahrend en Vepa
Kantoormeubelfabrikanten als Ahrend en Vepa verkopen meubels die na gebruik teruggenomen en gereviseerd worden. Stoelen worden opgeknapt, opnieuw bekleed en opnieuw verkocht. Klanten kunnen ook kiezen voor een leaseconstruct, waarbij het eigendom bij de fabrikant blijft. Die heeft er dan belang bij dat de stoel lang meegaat en goed ontworpen is voor revisie.
Dit is een patroon dat je in meerdere branches terugziet: door eigenaar te blijven van het product, verandert de prikkel. De fabrikant verdient niet meer aan veel nieuwe producten, maar aan een langdurige relatie met de klant en hoogwaardige grondstoffen die blijven circuleren.
Energie: lokale energiecoöperaties
Circulair ondernemen gaat niet alleen over materialen. Lokale energiecoöperaties, waarbij bewoners en bedrijven gezamenlijk zonnepanelen of windmolens beheren, zijn ook een vorm van circulair ondernemen. De opbrengst blijft lokaal, de energie wordt lokaal opgewekt en verbruikt, en de winst wordt geherinvesteerd in nieuwe duurzame installaties of terugbetaald aan leden.
In Nederland zijn naar schatting honderden van dergelijke coöperaties actief. Ze laten zien dat circulair ondernemen ook over eigenaarschap en geldsstromen gaat, niet alleen over fysieke producten.
Wat maakt een voorbeeld echt circulair?
Niet elk bedrijf dat zichzelf “circulair” noemt, is dat ook volledig. Een paar vragen helpen om echte van oppervlakkige voorbeelden te onderscheiden:
- Blijft het product of de grondstof in gebruik, of verdwijnt het toch naar een lagere kwaliteitslaag (downcycling)?
- Is het verdienmodel ook circulair, of verdient het bedrijf nog aan maximale verkoop van nieuwe producten?
- Is het ontwerp afgestemd op hergebruik, reparatie of demontage?
- Houdt het bedrijf grip op de materialen na gebruik, of verdwijnt het product bij de consument?
Echte circulariteit zit in het systeem, niet alleen in het marketingverhaal. Bedrijven die eigenaar blijven van hun product, die ontwerpen voor terugname, en die hun verdienmodel aanpassen aan de kringloop, laten de meest overtuigende voorbeelden zien.
De voorbeelden van circulair ondernemen laten zien dat het in elke branche mogelijk is, maar dat het vraagt om een fundamenteel andere aanpak dan het klassieke “maak, gebruik, gooi weg”-model. Wie concreet wil beginnen, kijkt het best naar het eigen product of dienst: wat gebeurt er mee na gebruik, wie is eigenaar, en hoe is het ontworpen? Dáár begint de kringloop.
Lees ook



