KPI logistiek: de belangrijkste indicatoren op een rij

KPI’s in de logistiek zijn meetbare waarden waarmee je de prestaties van je logistieke processen bijhoudt en stuurt. Ze laten zien hoe goed je magazijn, transport en supply chain presteren, en waar je kunt verbeteren. Dit artikel geeft een concreet overzicht van de meest gebruikte logistieke KPI’s, wat ze meten en hoe je ze berekent.

Wat zijn KPI’s in de logistiek?

KPI staat voor Key Performance Indicator, oftewel een kritieke prestatie-indicator. In de logistiek gebruik je ze om specifieke doelen te meten, zoals levertijden, kosten, voorraadniveaus of klanttevredenheid. Een goede logistieke KPI is concreet, meetbaar en direct gekoppeld aan een bedrijfsdoel. Niet elk getal is een KPI: het gaat om de indicatoren die er echt toe doen voor jouw operatie.

Logistieke KPI’s zijn te verdelen in vier categorieën: magazijn en opslag, transport, voorraad en klantenservice. Elke categorie heeft zijn eigen indicatoren die samen een volledig beeld geven van de logistieke prestaties.

Magazijn KPI’s: meten wat er binnen gebeurt

In het magazijn draait het om snelheid, nauwkeurigheid en kosten per handeling. Dit zijn de meest gebruikte indicatoren:

  • Ordernauwkeurigheid: het percentage orders dat foutloos wordt verwerkt. Een score van 99% klinkt hoog, maar bij 1.000 orders per dag zijn dat nog steeds 10 fouten.
  • Pick rate: het aantal orderregels of artikelen dat een medewerker per uur pickt. Gemiddeld ligt dit bij handmatige picking op 60 tot 120 regels per uur, afhankelijk van het magazijntype.
  • Opslagbezettingsgraad: het percentage van de beschikbare opslagruimte dat in gebruik is. Een bezettingsgraad boven de 85% verhoogt de kans op fouten en vertraagt het werk.
  • Kosten per order: de totale magazijnkosten gedeeld door het aantal verwerkte orders. Daalt deze waarde terwijl het volume stijgt, dan werkt je magazijn efficiënter.

Transport KPI’s: grip op je leveringen

Transportkosten zijn voor veel bedrijven de grootste logistieke kostenpost. Deze KPI’s houden die kosten en prestaties in de gaten:

  • On-time delivery (OTD): het percentage zendingen dat op de afgesproken datum aankomt. Alles onder de 95% is voor de meeste sectoren een signaal om in actie te komen.
  • Transportkosten ten opzichte van de verkoop: deze KPI toont de verhouding tussen de transportkosten en de omzet. Stijgt dit percentage, dan vreet transport steeds meer aan je marge.
  • Beladingsgraad: hoe vol gaan je vrachtwagens gemiddeld weg? Een lage beladingsgraad betekent dat je rijdt met lucht en betaalt voor ruimte die je niet gebruikt.
  • Schadepercentage: het aandeel zendingen dat beschadigd aankomt. Hoog schadeniveau wijst op verpakkingsproblemen, slechte handling of vervoerderfouten.

Voorraad KPI’s: niet te veel, niet te weinig

Te veel voorraad kost geld; te weinig kost klanten. Voorraad-KPI’s helpen die balans te bewaren.

  • Voorraadrotatie (inventory turnover): hoe vaak je de volledige voorraad per jaar verkoopt en aanvult. Een lage rotatie betekent stilliggende producten en gebonden kapitaal.
  • Serviceniveau (fill rate): het percentage klantorders dat direct uit voorraad kan worden geleverd, zonder backorder. Een fill rate van 95% betekent dat 1 op de 20 klanten langer moet wachten.
  • Voorraadnauwkeurigheid: in hoeverre de voorraad in het systeem overeenkomt met de werkelijke voorraad in het magazijn. Afwijkingen van meer dan 1 tot 2% zijn een teken dat je cyclustelling of administratie niet klopt.
  • Dode voorraad: het percentage artikelen dat al lange tijd niet meer is verkocht of bewogen. Dit is kapitaal dat je effectiever kunt inzetten.

Klantenservice KPI’s: de klant als eindmeting

Uiteindelijk ervaren klanten de kwaliteit van je logistiek het sterkst bij levering en service. Twee indicatoren zijn hier het meest direct:

  • Perfect order rate: het percentage orders dat volledig correct, op tijd, onbeschadigd en met de juiste documentatie aankomt. Dit is de meest veeleisende KPI, want alle andere moeten tegelijk goed zijn. Een perfect order rate van 90% klinkt acceptabel, maar betekent dat 1 op de 10 klanten iets niet klopt.
  • Retourpercentage: hoe vaak klanten producten terugsturen en waarom. Een hoog retourpercentage door verkeerde leveringen of beschadiging wijst op een intern logistiek probleem, niet op klantgedrag.

Hoe kies je de juiste KPI’s voor jouw logistiek?

Meer KPI’s meten is niet beter. Te veel indicatoren leiden tot ruis en afleiden van wat echt telt. Een praktische aanpak is om per logistieke functie (magazijn, transport, voorraad, service) maximaal drie tot vijf KPI’s te kiezen die direct gekoppeld zijn aan concrete doelen. Stel voor elke KPI een streefwaarde en een minimumgrens vast. Meet regelmatig, liefst wekelijks of maandelijks, en koppel afwijkingen aan een actie. Een KPI die je bijhoudt maar waarop je nooit iets doet, heeft geen waarde.

Goede logistieke KPI’s zijn geen doel op zich. Ze zijn een signaal: gaat het goed, dan ga je verder; wijkt een waarde af, dan weet je waar je moet ingrijpen. Begin klein met een handvol indicatoren die je écht begrijpt en kunt beïnvloeden, en bouw van daaruit verder.

Scroll naar boven