Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) betekent dat je als bedrijf niet alleen kijkt naar winst, maar ook naar de gevolgen van je activiteiten voor mensen en milieu buiten Nederland. Doe je zaken met buitenlandse leveranciers of partners? Dan ben je medeverantwoordelijk voor wat er in die ketens gebeurt, ook als het ver weg is. De Nederlandse overheid stimuleert dit actief en er komt steeds meer wetgeving die IMVO verplicht maakt.
Wat internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen precies inhoudt
Bij IMVO gaat het om drie terreinen: mensen, milieu en integer zakendoen. Concreet betekent dit dat je als bedrijf in kaart brengt of jouw leveranciers werknemers eerlijk behandelen, of er geen kinderarbeid plaatsvindt, of het milieu niet wordt aangetast bij de productie van jouw grondstoffen, en of er geen corruptie in het spel is. Het gaat dus verder dan alleen je eigen bedrijfsvoering. Je kijkt naar de hele productieketen, tot aan de diepste lagen toe.
De internationale standaard hiervoor zijn de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Dit zijn geen vrijblijvende adviezen. Ze gelden als de erkende norm waaraan bedrijven worden getoetst, ook door financiers, klanten en overheden.
Wat de Nederlandse overheid van bedrijven verwacht
De rijksoverheid wil dat Nederlandse bedrijven die internationaal zakendoen, dit maatschappelijk verantwoord doen. Dat houdt in dat zij risico’s voor mens en milieu in hun keten opsporen, aanpakken en hierover rapporteren. Dit wordt ook wel gepaste zorgvuldigheid of “due diligence” genoemd. Je identificeert risico’s, neemt maatregelen, en legt verantwoording af.
De overheid ondersteunt bedrijven hierbij via het MVO Nederland-netwerk, sectorconvenanten en advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voor specifieke sectoren zijn er convenanten gesloten waarbij bedrijven, vakbonden, ngo’s en de overheid samen afspraken maken over hoe ze risico’s aanpakken. Denk aan de textielsector of de bankenwereld. Deze convenanten zijn vrijwillig, maar geven wel richting en bieden bescherming als je er serieus mee aan de slag gaat.
Wetgeving die eraan komt en al geldt
IMVO is niet langer alleen een keuze. De Europese Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) verplicht grotere bedrijven om gepaste zorgvuldigheid toe te passen in hun hele keten. Daarnaast geldt de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die bedrijven verplicht te rapporteren over duurzaamheid, inclusief sociale omstandigheden in de keten. De exacte drempelwaarden en ingangsdata voor deze richtlijnen kunnen nog wijzigen, maar de richting is duidelijk: transparantie en aansprakelijkheid worden de norm, ook voor middelgrote bedrijven.
Nederland had al eerder een eigen wet in voorbereiding (de Wet Verantwoord en Duurzaam Internationaal Ondernemen), maar door Europese wetgeving wordt dit deels via die route geregeld. Bedrijven die nu al aan de slag gaan met due diligence, lopen voor op de verplichtingen die eraan komen.
Praktisch aan de slag: zo pak je het aan
Gepaste zorgvuldigheid is geen eenmalig project. Het is een doorlopend proces. Hieronder de stappen die aansluiten bij de OESO-richtlijnen:
- Breng je keten in kaart. Wie zijn je leveranciers, en wie zitten er verder terug in de keten? Waar worden grondstoffen gewonnen?
- Identificeer risico’s. Waar is de kans het grootst op misstanden zoals kinderarbeid, onveilige werkomstandigheden of milieuschade?
- Stel prioriteiten. Je kunt niet alles tegelijk aanpakken. Begin met de grootste en meest waarschijnlijke risico’s.
- Neem maatregelen. Ga in gesprek met leveranciers, stel eisen, bied ondersteuning of kies bij herhaling van misstanden voor een andere partner.
- Monitor en rapporteer. Controleer of de maatregelen effect hebben en leg dit vast in een publiek beschikbaar rapport.
- Richt een klachtenmechanisme in. Zorg dat mensen in de keten misstanden kunnen melden, zonder angst voor represailles.
Wanneer IMVO juist lastig is
IMVO klinkt overzichtelijk, maar in de praktijk stuit je op obstakels. Kleine bedrijven hebben minder invloed op hun leveranciers dan grote inkopers. Leveranciers in bepaalde landen zijn niet altijd transparant over hun eigen toeleveranciers. En in sommige regio’s zijn de risico’s zo groot en diepgeworteld dat je ze als individueel bedrijf nauwelijks kunt oplossen.
Dat is geen reden om niets te doen, maar wel een reden om realistisch te zijn. De OESO-richtlijnen erkennen dit ook: je wordt beoordeeld op de inspanning en het proces, niet op het perfecte eindresultaat. Een bedrijf dat aantoonbaar aan de slag is met due diligence, staat er juridisch en reputatietechnisch sterk voor dan een bedrijf dat niets doet.
Veelgestelde vragen over IMVO
Geldt IMVO ook voor kleine bedrijven?
Ja, ook als mkb-bedrijf kun je te maken krijgen met IMVO-verwachtingen, zeker als je levert aan grote opdrachtgevers die zelf moeten rapporteren. Grote bedrijven zullen hun due diligence-verplichting doorvertalen naar hun leveranciers.
Wat is het verschil tussen MVO en IMVO?
MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen) is het bredere begrip, inclusief alles wat je in Nederland doet. IMVO richt zich specifiek op de internationale dimensie: jouw impact op mensen en milieu buiten de Nederlandse grens, via handel, productie of investeringen.
Waar vind ik betrouwbare hulp?
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) biedt praktische informatie en tools voor gepaste zorgvuldigheid. MVO Nederland ondersteunt bedrijven met netwerken en kennis. De OESO heeft een uitgebreide leidraad gepubliceerd die gratis beschikbaar is.
Internationaal zakendoen brengt verantwoordelijkheid met zich mee die verder reikt dan de eigen fabriek of het eigen kantoor. Hoe eerder je die verantwoordelijkheid serieus neemt, hoe beter je bent voorbereid op aankomende wetgeving en hoe sterker je positie is bij klanten, partners en financiers die dit steeds vaker meewegen in hun keuzes.



